Sandra van Megen

By Rob Chrispijn, 19/01/2010 14:45

Sandra van Megen

Theatervoorstelling ‘Een Nieuwe Liefde’ van Sandra van Megen

Vorig jaar heb ik met Sandra van Megen en haar pianist Maarten de Groot gewerkt aan repertoire voor haar voorstelling ‘Een Nieuwe Liefde’ die ze in 2010 in allerlei theaters in Nederland speelt. Voor het programmaboekje schreef ik er dit over:

‘Waar je niet aan doodgaat, maakt je sterker’, zingt Sandra van Megen in deze voorstelling. Haar levensverhaal bewijst dat het mogelijk is om tegenslagen te overwinnen en pijnlijke gebeurtenissen achter je te laten. Sandra was een ‘circuskind’, een kind dat leerde op haar tenen te lopen, zich onzichtbaar te maken als het moest en donderbuien te ontwijken. Iets van deze bijzondere leerschool zien we terug in een troostend lied, een grappige scène of een bizar verhaal. En hoe apart haar jeugd ook was, het verhaal is heel herkenbaar, omdat er onder ons ongetwijfeld veel meer mensen zijn met een circusverleden.

‘Een nieuwe liefde’ is een aaneenschakeling van uitbundige en ontroerende momenten, met als rode draad het verlangen om onder alle omstandigheden lief te kunnen hebben. En of de titel slaat op haar omarming van het Franse chanson, een nieuwe geliefde of het leven zelf, is een vraag die u na afloop van de voorstelling zelf kunt beantwoorden.

sandravanmegen

De foto met Sandra – en Maarten in de bus op zijn hammondorgel – werd gemaakt op het pad naast mijn huis in Vledderveen. We misten één klein lullig kabeltje en daarom kon Maarten het door hem gecomponeerde ‘Circuskind’ niet ten gehore brengen. Maar omdat hij zijn orgel bij zich had voor een concert ergens in Friesland lieten Sandra en hij het nummer live horen. De koeien die in het aangrenzende weiland nieuwsgierig dichterbij waren gekomen, leken onder de indruk!

ZOALS ALLEEN EEN DOCHTER

Waar je niet aan dood gaat, maakt je sterker!

Het duurde lang voor ‘k wist waar dat op sloeg.

Maar de spoken van ’t verleden zijn verslagen,

want inmiddels ben ik sterk genoeg

om een heel nieuw leven te gaan leiden

en daarmee nieuwe wegen in te slaan.

Sinds ik me van mijn boeien kon bevrijden,

kan ik eindelijk op eigen benen staan.

Ik heb van jou gehouden

zoals alleen een dochter kan.

Met volle overgave,

een kinderleven lang.

Er was eens I (versie aug. 2009)

Er was eens een prinsesje. Hun vader en hun moeder waren heel vaak weg. Dan reisden ze door het land om de mensen te vertellen waar het in het leven om ging. De koning en de koningin waren zó geliefd dat het volk al hun toespraken mee kon zingen. (Maarten: Duiven …) Dat zouden we niet doen!

En … omdat zoveel mensen van hen hielden, moesten ze heel vaak op de foto en handtekeningen uitdelen. Het prinsesje hoefde niks, alleen maar mooi te zijn en zoet en niet hard weg lopen als het paleis belegerd werd door het volk dat er geen genoeg van kon krijgen. Dan wilden ze nog meer geluk, nog meer troost, nog meer warme gevoelens. ‘Ach, ze willen alleen maar aandacht’, zei haar moeder en schreef een briefje aan de nieuwe kinderjuf: Als je onze dochter in bad doet, moet je er niet te veel water in doen, want ze wil er altijd languit in gaan liggen. Maar dat merk je natuurlijk vanzelf wel. Welterusten!

De koningin schreef altijd hele lieve briefjes. De koning bemoeide zich niet met dit soort zaken. Hij had het te druk met door het land reizen. Maar omdat ze onafscheidelijk waren, moest de koningin altijd mee. Maar toch leek het of de koning het veel drukker had dan zijn vrouw. Hij stond altijd klaar voor zijn onderdanen, dag en nacht! Wanneer ze goede raad nodig hadden, of een opbeurend woord. Dan was niks hem te veel! Als het prinsesje al in bed lag, hoorde ze vaak het knerpen van het grind op de oprijlaan. Dat vond ze een naar geluid, dat knerpen! Ze wist dat er dan weer iemand langs kwam die wanhopig was, met een bezwaard gemoed of zo trots dat hij voor de buren niet wilde weten hoe diep hij in de moeilijkheden zat. En altijd probeerde de koning iedereen te helpen. En de mensen gingen opgelucht heen, gesteund en gesterkt. En ze vonden hem de liefste koning die er bestond. Maar soms… ’s nachts, wanneer in het paleis alle lichten gedoofd waren, dan veranderde de koning. dan was ie niet zo lief meer. Als het prinsesje dan zijn voetstappen op de trap hoorden, lag ze te rillen in haar bedje!

‘Ach, je hebt alleen maar naar gedroomd’, zei haar moeder dan de volgende morgen. Ja, dát was het, een nare droom, meer niet – en ze rende naar buiten om met de koninklijke schommel te spelen. Want het leven is mooi als je een prinsesje bent. Vreselijk mooi!

Comments are closed

Panorama Theme by Themocracy