SARPHATISTRAAT
SARPHATISTRAAT
‘Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.’ Jaren voordat ik deze prachtige openningszin van Nescio had gelezen, kwam ik elke werkdag in de Sarphatistraat omdat daar het instituut was gevestigd waar ik als chemisch analist microscopische preparaten moest kleuren die dienden om medische studenten enig inzicht te geven hoe organen als lever, longen of nieren er op celniveau uitzagen. De Sarphatistraat was voor mij het uitzicht als vanuit een gevangenis. Een gevangenis van sleur en doodse stilte. Want mijn werkzaamheden waren al snel routine geworden. En de straat waar ik op uitkeek was de ontsnappingsroute naar een wereld waar ik me meer zou kunnen ontplooien dan op dit sombere instituut. Ook als ik nu in Amsterdam ben en door de Sarphatistraat fiets, kan ik nog steeds iets voelen van de benauwenis die mij daar toen als twintigjarige naar de keel vloog.
Zo hebben straten en plekken in ons leven een bepaalde betekenis en gevoelswaarde. Gekleurd door persoonlijke ervaringen of aangeraakt door de loop van de geschiedenis. Zo heb je in hartje Amsterdam de Bloedsteeg. De vader van een goeie vriend van mij is daar geboren, in een tijd dat het leven zich op straat afspeelde, omdat het binnen te benauwd en te klein was. Nog altijd ademt deze buurt voor mij pure armoe uit, maar vermengt met een soort oer-vitaliteit. Dat komt door de verhalen die getuigen van een rebelse mentaliteit. En dan de naam alleen al: Bloedsteeg – zo genoemd omdat hier ooit de Bloetcamer lag van een klooster waar aderlatingen werden gedaan.
Was er iemand die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, de lelijkste – in ieder geval in Amsterdam – is ongetwijfeld de Wibautstraat. Een straat om hard door heen te rijden. Het is ook meer een verkeersroute dan een straat, want alles wat er aan karakteristieke huizen stond is neergehaald en vervangen door vreugdeloze hoogbouw. Zoals de schrijver Adrian Morriën eens zei: dat de mensen die dit op hun geweten hebben niet alsnog berecht worden, is een grove nalatigheid. Maar ja, dan kan je in Nederland wel aan de gang blijven!
Daarbij, in onze persoonlijke beleving speelt mooi of lelijk niet altijd zo’n grote rol. Er zullen mensen zijn die blij kunnen worden van de Wibautstraat door de herinnering aan een intens moment dat ze daar beleefden met hun geliefde. Of iemand kan in snikken uitbarsten in de Bloedsteeg door opspelende gedachten aan familie die in de oorlog is weggevoerd…
De straten en de pleinen van ons leven
waar je gelopen hebt, verliefd was of verdwaald,
die met al jouw doen en laten zijn verweven;
ze zitten in je hoofd zolang je ademhaalt.
Ieder neemt steeds weer een eigen route
die door toeval plus wat wilskracht wordt bepaald.
Honderd keer verhuizen heeft veel voeten
in de aarde zonder dat het achteraf veel heeft uit gehaald.
Als je alle voetstappen kon tellen
die je in’t voorbijgaan achterlaat
dan zag je een soort dagboek van je leven
van karrespoor of nauwe steeg tot winkelstraat.
Door samenlopen van omstandigheden,
door de tol van de natuur of pure pech
komen we uiteindelijk allen vroeg of later
een keer terecht op een doodlopende weg!