Over Rob Chrispijn

By Rob Chrispijn, 19/01/2010 14:29

Het is moeilijk wat over mezelf te zeggen zonder op te scheppen of, uit misplaatste bescheidenheid, mijzelf te kort te doen. Om dit dilemma te ondervangen is er een manager (Jan Willemsen) en bestaan er persberichten.
Daarmee kan ongegeneerd reclame worden gemaakt, zonder de waarheid al te veel geweld aan te doen. Zo laat ik anderen overdrijven en kom ik zelf makkelijk weg met de simpele vaststelling dat ik nu al 35 jaar liedteksten schrijf en het nog steeds leuk vind en dat ik nooit had gedacht nog een keer op de planken te staan met een theaterprogramma (Ogen met uitzicht op zee) en dat ik helemaal nooit had kunnen vermoeden dat ik zelf nog eens zou zingen op een eigen cd (Alles & Niets).
Rob Chrispijn schreef (lied-)teksten voor:
Stef Bos, Connie van den Bos, Lenette van Dongen, Hans Dorrestijn, Peter Faber, Marcel de Groot, Frank Groothof (e.a. van Sesamstraat), Angela Groothuizen, Frans Halsema, Leonie Jansen, Loeki Knol, Paul de Leeuw, Liesbeth List, Heddy Lester, Loes Luca (e.a. van Het Klokhuis), Gerard v/d Maasakker, Guus Meeuwisse, Danny de Munck, Tom Oosterhuis, Harry Sacksioni, Ernst Daniel Schmidt, Herman Van Veen.

‘Over Liedjes en Paddestoelen’ door Marion Groenewoud
Chrispijn is zijn carrière begonnen als chemisch analist. ‘Het fascineerde mij. Ik ken nog altijd heel wat chemische formules uit mijn hoofd. Het is een van de redenen dat ik zo gek ben van paddestoelen, dat zijn ook chemische fabriekjes. Maar dan wel een fabriek die in een nacht wordt opgebouwd en na een week weer spoorloos is verdwenen. Ik vond scheikunde fantastisch, het werk dat ik deed al veel minder en het de hele dag binnen moeten zitten een verschrikking’.
De bewerking van Leonard Cohens Suzanne was zijn eerste succes als tekstschrijver. Herman van Veen kreeg die tekst onder ogen bij Polydor, omdat Chrispijn bij deze zelfde platenmaatschappij bezig was met een eigen project ‘Tuig’geheten. Aan ‘Tuig’ werkten de gebroeders Pilgram en Hans van der Linden mee. Chris Pilgram heeft in Hermans begintijd muziek gemaakt voor nummers als ‘Windstil’ en ‘Ze boog zover voorover’ en Hans van der Linden verzorgt nog altijd het geluid bij de voorstellingen van Herman van Veen.
Zo’n vijftien jaar heeft Chrispijn intensief met Herman samengewerkt. Samen met componist en pianist Erik van der Wurff deden ze de produktie van Hermans platen. ‘We waren vooral een klankbord, want Herman wist meestal heel goed wat hij wilde, maar we vormden ook een soort redactie. Als een zin niet goed liep dan werd er over gediscussieerd. Ook gitarist Harry Sacksioni was iemand die op die manier invloed had op het eindproduct’.
Herman van Veen is in zijn theaterprogramma’s volgens Chrispijn vooral een zanger, een clown en een performer. ‘Ik heb nooit echt van puur cabaret gehouden. Ik moet er wel om lachen, maar ben het ook meteen weer vergeten. Teksten zijn vaak knap geschreven, maar na één keer horen, heb ik ze uit. Ik hou van liedjes die iets langer meegaan’.
Chrispijn gaf enige jaren les op de Kleinkunstacademie en introduceerde daar het begrip ‘emotionele logica’: Een tekst moet qua gevoel kloppen, je mag je als luisteraar niet afvragen ‘Zou dat nou?’ Voor de duur van het liedje moet je helemaal kunnen meegaan in wat de zanger of zangeres beweert. Daar moet je als tekstschrijver veel aandacht aan besteden: de ene zin moet zonder haperen uit de andere voortkomen. Tegelijkertijd is het de kunst om het wit tussen de regels zo groot mogelijk te maken, zodat het niet saai wordt. Kortom: de tekst moet vanzelf spreken maar mag niet voor de hand liggen!

Comments are closed

Panorama Theme by Themocracy