Champignons in de Jordaan

By Rob Chrispijn, 19/01/2010 14:50

champ

Dit is de weerslag van 5 jaar onderzoek naar het voorkomen van paddestoelen in Amsterdam en naaste omgeving. In die vijf jaar heb ik alle hoofdstedelijke plekken die ook maar even in aanmerking kwamen meermalen bezocht. Spannend om te doen, maar je raakt er wel lichtelijk gestoord van: op het laatst ga je zelfs op bloembakken letten of je klimt op een muur om een blik te werpen op een treurig binnenplaatsje!
Het schrijven nam ook nog eens een dik half jaar in beslag. Het bevat veel persoonlijke ervaringen, daarnast zijn er bijdragen van medemycologen als John Reijnders, Kees Uljé en Ger van Zanen.
Het boek werd gunstig ontvangen en er volgden veel lovende kritieken:

Jeanette van Beuzekom in Natuur & Milieu

Rob Chrispijn noemt zichzelf paddestoelengek. Je moet ook wel een beetje getikt zijn om te beginnen aan een complete inventarisatie van alle paddestoelen in en om Amsterdam. Het resultaat is een juweeltje: Champignons in de Jordaan. Ruim elfhonderd soorten van de vierduizend die in Nederland voorkomen, kun je vinden in en rond Amsterdam.
Driehonderd zijn er opgenomen met een foto of een tekening, een beschrijving en een onderhoudende, vaak anekdotische tekst, voorzien van een verspreidingskaartje.
Het is een fraai vormgegeven boek, heerlijk om door te bladeren en je te vergapen aan de schitterende kleurenfoto’s. Het nodigt uit om tijdens wandelingen in een stad beter uit je doppen te kijken. Voor de stadse natuurbarbaar moet het een verbijsterende eye-opener zijn.
De combinatie stad en paddestoelen is verrassend.’het onvoorspelbare karakter van paddestoelen geeft een stad – toch het summum van planning en regelzucht – iets spannends’ schrijft Chrispijn. Dat verklaart zijn fascinatie voor paddestoelen die in een stedelijke omgeving groeien!

Tjakko Stijve in AMK (Vlaams blad voor Mycologen)

Dit boek is een eerste klas wetenschappelijke prestatie. Het rapporteert op een prettige en ongedwongen manier de resultaten van vijf jaar onderzoek naar de mycoflora van de Nederlandse hoofdstad in ruimste zin. Want niet alleen paddestoelen van de binnenstad en haar parken komen ter sprake, maar ook die van volkstuinen, begraafplaatsen, heemparken, industrieterreinen en de omgeving van Schiphol werden geinventariseerd.
- Zoals reeds gezegd is het boek boeiend en onderhoudend geschreven. Niet alleen komen de paddestoelen en hun biotopen ter sprake, maar de auteur vertelt ook over zijn avonturen tijdens de paddestoelenjacht, wat nogal wat “human interest”oplevert, zoals ontmoetingen met Amsterdammers, hun reacties en commentaren. Voorts is het prachtig geillustreerd, niet alleen zijn er goede zwartwit illustraties, maar er zijn pagina’s met prachtige kleurenfoto’s waarop de hoofdstedelijke locatie duidelijk te herkennen is. Bijzonder mooi zijn de Kale inktzwammen op de Leidsegracht, de Vaalhoeden in het Begijnhof en de Fluweelpootjes op het Jonas Daniel Meyerplein. Het zou te wensen zijn deze en dergelijke foto’s uit te geven als een serie prentbriefkaarten!
- Het boek geeft ook nog enige originele recepten voor paddestoelengerechten, maar uw recensent, een verzamelaar van myco-poëzie, vindt de versjes die de tekst afwisselen interessanter. Zijn versjes zijn veelal limericks. “Herrijzenis” over de reviviscentie van Taailingen is niet alleen humoristisch, maar tegelijk een didactisch juweeltje. Chrispijn doorbreekt de mogelijkheden van het genre met een (naar de gedachte) aan de Japanse haiku herinnerende limerick, die ik hier graag in extenso citeer:
Economisch zijn wij met zijn allen kerngezond.
De Blanke parasolzwam die ik vorig jaar hier vond
zal zich niet meer ontvouwen.
Een stuk of wat kantoorgebouwen
schieten hier als paddestoelen uit de grond.

Kirsten Coenradie in De Telegraaf

Sinds 1991 is Chrispijns jeugdmakker en stadsecoloog Martin Melchers bezig de rijke hoofdstedelijke natuur in kaart brengen. Inmiddels verschenen ondermeer “Haring in het IJ” en “Sijsjes en Drijfsijsjes”.Toen Melchers Chrispijn vroeg of hij een paddestoelenboek wilde schrijven, aarzelde hij. “Ja, dahag, zei ik in eerste instantie. Ik had aan zijn boeken gezien hoeveel werk het is. Maar het intrigeerde me wel. In een stedelijk gebied was nog nooit op die manier naar paddestoelen gekeken”.
Paddestoelen zoeken in de stad is nooit saai. “ik vond een keer een Oranjebloesemzwam bij een linde in het Weteringplantsoen, waar al die trams doorheen gaan. Het was een oud exemplaar en dan is de geur wat zwakker. Ik sloot mijn ogen en snoof diep en aandachtig om zeker te weten of het wel een Oranjebloesemzwam was. Net op het moment dat ik mijn ogen weer opendeed, reed lijn 24 langs. Tientallen paren ogen keken mij afkeurend aan. Je zág ze denken: Daar heb je weer zo’n geflipte junk!” De blauwe ogen achter het ronde zilverkleurige brilletje lachen voor de zoveelste keer. Paddestoelen hebben zijn visie op het natuurarme en aangeharkte Nederland veranderd. “Ik ben gefascineerd door het onvoorspelbare van paddestoelen. Je weet absoluut niet wat er waar te zien is en daardoor is Nederland voor mij weer spannend geworden.”

Comments are closed

Panorama Theme by Themocracy