|
Kind van Overzee
Indië,
dat mijn levenlang al Indonesië heet.
Mijn geboorteland waar ik steeds meer van vergeet
Zoals ik overdag al niet meer weet
wat ik deed
in mijn dromen.
Ik droom
van rose schelpen op een palmenstrand:
moeder, kind en speelpop, hand in hand,
rijpe mango’s, o, het verre Nederland
was een droom,
een nare droom.
Vreemd!
Als ik op tv naar al die beelden kijk:
de mensen arm, de generaals steenrijk
in een land dat niet meer op dat van vroeger lijkt.
Het lijkt een droom
toen ik afscheid nam.
Ik zei vaarwel,
waardoor ik ongemerkt gespleten ben
en daardoor één deel van mijzelf niet ken.
Alleen soms in mijn slaap hoor ik die stem:
een echo zonder zin of samenhang,
als een vreemdeling die nergens aarden kan
en rusteloos nog naar een plek blijft zoeken
die niet langer bestaat.
Ik droom
van verzoening tussen haast en kassian,
tussen Hollands bollenveld en palmenstrand,
waar het hart de rust krijgt waar het naar verlangt.
Opeen dag,
op een dag…
(Geschreven voor Liesbeth List en door haar gezongen op de cd ‘Vergezicht’)
AAN HET STRAND STIL EN VERLATEN
Aan het strand stil en verlaten,
bij het vallen van de nacht,
ziet men daar een aardig meisje
dat angstig op haar vrijer wacht.
Toen zij hem gister uit ging zwaaien,
was hij nog vol goeie moed.
Bereid om voor zijn land te vechten.
Het uniform stond hem zo goed.
Maar zij dacht: O, liefste mijne,
ik ben zo bang voor wat er komt,
want de zee ligt vol met mijnen.
Maar zij zwaaide en hield haar mond.
Aan het strand stil en verlaten
treurt een meisje om haar vriend,
die net als zovele anderen,
een beter lot had verdiend.
Mannen willen graag marcheren.
Vrouwen juichen langs de kant.
Het is zo moeilijk af te leren:
sterven voor het vaderland.
Wie zo stom is om te zwaaien
naar mannen die ten oorlog gaan,
moet er een levenlang voor boeten
door eenzaam aan een strand te staan. |